Wat is de moeilijkste maaltafel?
Laatst bijgewerkt op
De tafel van 7 wordt vrijwel unaniem als de moeilijkste beschouwd. Reden: hij heeft geen herkenbaar patroon (in tegenstelling tot de tafel van 5 of 10), en de antwoorden delen weinig met andere tafels die kinderen al kennen. Direct daarna komen de tafels van 8 en 6.
Een ranglijst van moeilijk naar makkelijk
Op basis van foutpercentages in tempotoetsen en wat leerkrachten dagelijks zien:
- Tafel van 7 — geen patroon, weinig overlap met andere tafels
- Tafel van 8 — drie keer verdubbelen werkt, maar voelt complex
- Tafel van 6 — middelgroot, vraagt 5 × X + X-truc
- Tafel van 4 — verdubbelen van het dubbele, niet evident
- Tafel van 9 — heeft veel trucs, maar alleen als je ze kent
- Tafel van 3 — weinig patroon maar kleine getallen
- Tafel van 2 — gewoon verdubbelen
- Tafel van 5 — eindigt op 0 of 5
- Tafel van 10 — zet er een 0 achter
- Tafel van 1 — geen werk
Welke som is de moeilijkste?
De som die kinderen het vaakst fout hebben, is consequent 7 × 8 = 56. Twee moeilijke tafels in één som. Direct daarna volgen 8 × 6 = 48 en 7 × 6 = 42.
Een handig geheugensteuntje voor 7 × 8: 5, 6, 7, 8 — 56 = 7 × 8.
Waarom zijn 7 en 8 zo moeilijk?
De tafel van 5 eindigt altijd op 0 of 5. De tafel van 10 zet een 0 achter het getal. De tafel van 9 heeft de vingertruc en de cijfersom-truc. De tafel van 2 en 4 is gewoon verdubbelen.
De tafel van 7 heeft geen van die kapstokken. De antwoorden zien er willekeurig uit. Daarom moet je hem echt uit het hoofd leren.
Hoe pak je de moeilijkste tafels aan?
Begin met de sommen die je via andere tafels al kent. 7 × 2 ken je uit de tafel van 2. 7 × 5 uit de tafel van 5. 7 × 10 uit de tafel van 10. Daarmee heb je al de helft.
Voor de overige sommen: leer de ankerpunten 7 × 7 = 49 en 7 × 8 = 56 uit het hoofd. Vanuit die ankerpunten kun je naar buurgetallen (7 × 6 = 7 × 7 − 7 = 42).
Welke maaltafel is het moeilijkst?+
De tafel van 7 wordt door de meeste kinderen en leerkrachten als de moeilijkste ervaren. Hij heeft geen duidelijk patroon en weinig overlap met de tafels die kinderen al kennen.
Welke som uit de tafels is het moeilijkst?+
7 × 8 = 56. Twee moeilijke tafels in één som. Geheugentruc: 5, 6, 7, 8 — 56 = 7 × 8.
Waarom is de tafel van 9 niet de moeilijkste?+
De tafel van 9 heeft veel trucs (de vingertruc, de cijfersom-truc, de "10 × X − X"-truc). Wie die trucs kent, vindt hem juist een van de makkelijkere tafels.
Hoe leer je de tafel van 7 het snelst?+
Bouw vanuit wat je al kent (× 1, × 2, × 5, × 10) en leer de ankerpunten 7 × 7 = 49 en 7 × 8 = 56 uit het hoofd. Vanuit die ankerpunten bereken je de rest door 7 op te tellen of af te trekken.